In de voorgaande delen werd zichtbaar dat een KPI geen neutraal getal is. In dit deel verschuift de vraag. Niet wat we meten, maar wie verantwoordelijk is voor de uitkomst.
Waterkwaliteit als systeemuitkomst
Neem waterkwaliteit. Wat daar gemeten wordt, is geen resultaat van één actor. Het is het resultaat van een systeem waarin meerdere factoren samenkomen. Landbouw speelt een rol, maar ook industrie, huishoudens, riool overstorten, depositie vanuit de lucht en natuurlijke processen. Alles komt samen in één uitkomst op gebiedsniveau.
Juist daarom is toerekening hier niet neutraal. Nog voordat er gestuurd of afgerekend wordt, moet duidelijk zijn hoe die verschillende bijdragen überhaupt in beeld worden gebracht en onder welke noemer ze terechtkomen.

(Oorspronkelijke publicatie: https://stichtingagrifacts.nl/pbl-rekent-watervervuiling-stikstof-en-fosfor-uit-andere-bronnen-toe-aan-landbouw/)
Wat deze figuur zichtbaar maakt, is niet dat landbouw geen rol speelt. Wat zichtbaar wordt, is dat de uitkomst mede afhangt van hoe wordt toegerekend. Meerdere bijdragen komen samen in dezelfde meting, terwijl in de duiding en afrekening al snel één sector centraal komt te staan.
Daarmee wordt duidelijk dat niet alleen de meting zelf onderdeel is van het vraagstuk, maar ook de manier waarop die meting wordt vertaald naar verantwoordelijkheid. Dan wordt de vraag niet alleen hoe we meten, maar wie bepaalt hoe we toerekenen en of dat juridisch en maatschappelijk houdbaar is.
Landbouw bedrijfsverantwoordelijkheid
Kijkend naar het landbouwbedrijf, naar ‘bedrijfsverantwoordelijkheid’ deed het STOWA-KIWK deze ervaring op in 2022. In de samenvatting van het document valt te lezen:
Ad 2: Herkomst van nutriënten
In het stroomgebied van de Vinkenloop is het grootste deel van de jaarlijkse stikstofvracht bij het uitstroompunt toe te schrijven aan het bodemoverschot op de stikstofbalans van landbouwpercelen. In de nazomer met diepe grondwaterstanden en lage waterafvoeren is de relatieve bijdrage van de bodemoverschotten aan de stikstofvracht kleiner en is een groter percentage afkomstig uit het diepere grondwater. De herkomst van stikstof in het oppervlaktewater op bedrijfsschaal is niet precies vast te stellen en varieert over de percelen en over de jaren.
Het rapport laat zien dat bronnen niet eenduidig vast te stellen zijn. Niet naar locatie, en niet naar tijd. Het moment van meten beïnvloedt de uitkomst en daarmee de toerekening.
Gebiedsgerichte aanpak veronderstelt dat binnen een gebied vastgesteld kan worden wie welke bijdrage levert. In de praktijk blijkt dat vaak niet eenduidig vast te stellen. Daarmee wordt het lastig om één duidelijk aanspreekpunt aan te wijzen dat volledig verantwoordelijk kan worden gehouden.
Schijnsturing
Dat betekent niet alleen dat de herkomst moeilijk vast te stellen is, maar ook dat die niet stabiel is. En zonder stabiele toerekening kun je geen stabiele verantwoordelijkheid vastleggen.
Kun je onder deze omstandigheden nog spreken van goede KPI’s? Voldoen ze nog aan de criteria uit deel 2 en de checklist uit deel 3?
Daarmee verschuift de vraag fundamenteel. Niet alleen of een KPI klopt, maar of de uitkomst nog zuiver kan worden toegerekend.
Zolang dat niet het geval is, wordt er gestuurd op een uitkomst waarvan niet vaststaat wie er verantwoordelijk voor is. En dan is er geen sprake meer van doelsturing, maar van schijnsturing.

Jeroen van Buuren | Van Buuren Continuum Advisory (VBCA)
Adviseur op het snijvlak van systeemvraagstukken, landbouw en beleid.
In deze reeks werk ik stap voor stap uit waar doelsturing en KPI’s op papier helder lijken, maar in praktijk en uitvoering gaan wringen.
Contact: jeroen@vbca-org.nl
Meld je hier aan voor nieuwe delen in deze reeks.
Dit artikel verscheen in een reeks: Doelsturing en KPI’s