Reactie op de publicatie “KPI-kernset moet landbouw helpen sturen op realisatie van duurzaamheidsdoelen”. In deel 2 (klik hier voor deel 1) wil ik dieper in gaan op:
Gaat het om HET doel of om doelen?
Lezend door de documenten ben ik ze gaan verzamelen.
Bij meerdere doelen gaat het ongetwijfeld ook over meerdere KPI’s. En dus meerdere afbakeningen en definitie per KPI.
Ik start deel 2 van deze reeks met definitie KPI.
Definitie KPI
De afkorting komt uit het Engels Key Performance Indicators; KPI’s
In het Nederlands blijven de letters gelijk en maken we er Kritische Prestatie Indicatoren van; KPI’s.
Een KPI is een stuurgetal: een indicator die helpt beoordelen of je op koers ligt richting een belangrijk doel.
In de landbouw gaat het dan om de vraag of een bedrijf of bedrijfsvoering op koers ligt richting doelen die van belang zijn voor boer, sector en samenleving. Omdat in de landbouw meestal meerdere doelen tegelijk relevant zijn, wordt in de praktijk vaak gewerkt met een samenhangende set van KPI’s. Een samenhangende set van KPI’s betekent niet dat alle indicatoren gelijktijdig maximaal kunnen scoren; tussen KPI’s kunnen zowel synergieën als trade-offs optreden.
Daarmee is niet iedere KPI automatisch ook een goede KPI. Naast de vraag waarop een KPI stuurt, is ook de vraag relevant hoe goed die KPI zelf is geformuleerd. De SMART-benadering biedt daarvoor een eerste, praktische toets.
- Specifiek: Gericht op een duidelijk, relevant doel.
- Meetbaar: Kwalitatief of kwantitatief uit te drukken (bijv. in cijfers, percentages, tijd).
- Actiegericht: Moet leiden tot concrete acties of beslissingen.
- Relevant: Past bij de strategische doelen van de organisatie of het project.
- Tijdgebonden: Heeft een duidelijke tijdsperiode (bijv. per maand, kwartaal, jaar).
Voordat gekeken kan worden welke KPI’s worden voorgesteld, moet eerst helder zijn op welke doelen zij geacht worden te sturen. Daarom volgt hier eerst een beschrijvende inventarisatie van doelen die in het hoofddocument expliciet worden genoemd of impliciet besloten liggen.
Doelen en primair niveau
| Nr | Doel | Doelniveau | Primair schaalniveau | Product- of productieapparaat gerelateerd doel* |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Klimaat | Algemeen doel | Systeem | Productieapparaat |
| 2 | Biodiversiteit | Algemeen doel | Gebied | Productieapparaat |
| 3 | Water | Algemeen doel | Gebied | Productieapparaat |
| 4 | Bodem | Algemeen doel | Gebied | Productieapparaat |
| 5 | Schaarse bronnen / circulariteit | Algemeen doel | Systeem | Productieapparaat |
| 6 | Dierenwelzijn en diergezondheid | Algemeen doel | Bedrijf | Product* |
| 7 | Broeikasgasemissies beperken / klimaat mitigatie | Specifiek subdoel | Systeem | Productieapparaat |
| 8 | Aanpassen aan gevolgen van klimaatverandering | Specifiek subdoel | Bedrijf | Productieapparaat |
| 9 | Verbeteren waterkwaliteit | Specifiek subdoel | Systeem | Productieapparaat |
| 10 | Verbeteren waterbeheer / water beschikbaarheid | Specifiek subdoel | Gebied | Productieapparaat |
| 11 | Duurzaam bodembeheer | Specifiek subdoel | Gebied | Productieapparaat |
| 12 | Goede bodemkwaliteit krijgen of behouden | Specifiek subdoel | Bedrijf | Productieapparaat |
| 13 | Koolstof vastleggen in landbouwbodems | Specifiek subdoel | Bedrijf | Productieapparaat |
| 14 | Verbeteren habitatkwaliteit | Specifiek subdoel | Bedrijf | Productieapparaat |
| 15 | Versterken groenblauwe dooradering | Specifiek subdoel | Bedrijf | Productieapparaat |
| 16 | Minder inputs en verliezen | Specifiek subdoel | Systeem | Productieapparaat |
| 17 | Hergebruik van reststromen | Specifiek subdoel | Gebied | Productieapparaat |
| 18 | Optimaal landgebruik | Specifiek subdoel | Gebied | Productieapparaat |
| 19 | Verbeteren dierenwelzijn | Specifiek subdoel | Bedrijf | Product* |
| 20 | Verbeteren diergezondheid | Specifiek subdoel | Bedrijf | Product* |
| 21 | Transitie naar meer plantaardige voedselsystemen | Opgave in bronvisie, geen scherp KPI-K-subdoel | Bedrijf | Productieapparaat |
| 22 | Versterkte sociaaleconomische positie van de boer | Doel in bronvisie, buiten gehanteerd doelenkader | Systeem | Productieapparaat |
| 23 | Bodem en water sturend voor ruimtelijke inrichting / geschikte gronden efficiënt gebruiken | Sturend principe / afgeleide beleidsrichting | Gebied | Productieapparaat |
Tabel 2.1 Doelen en primair niveau.
* Deze indeling is analytisch behulpzaam, maar in de praktijk niet altijd absoluut. Hetzelfde dier kan, afhankelijk van context en productierichting, productgerelateerd of productieapparaat gerelateerd zijn. Een legkip functioneert primair als productieapparaat voor eieren, terwijl een vleeskip juist zelf het product is. Een melkkoe is voor melk primair productieapparaat, maar voor vlees uiteindelijk product. Juist dit soort verschuivingen laat zien dat de vertaalslag van theoretische categorieën naar de praktijk minder vanzelfsprekend is dan op papier vaak lijkt.
Kernset aan KPI’s?
De hierboven opgesomde verzameling van doelen is omvangrijk. Dat had de lezer overigens al kunnen zien aankomen in de eerste zin van paragraaf 1.2 van het hoofdrapport:
‘Het voorliggend rapport beschrijft een voorstel voor een geharmoniseerde set kritische prestatie indicatoren (KPI’s) op bedrijfsniveau, waarmee integraal gestuurd kan worden op de belangrijkste duurzaamheidsdoelen voor de Nederlandse melkveehouderij en akkerbouw.’
In die ene zin zit al veel besloten. Begrippen als ‘geharmoniseerd’, ‘set’, ‘bedrijfsniveau’, ‘integraal’ en ‘duurzaamheidsdoelen’ lijken op het eerste gezicht helder, maar roepen bij nadere lezing direct nieuwe vragen op. Dat geldt des te meer voor de afbakening tot de Nederlandse melkveehouderij en akkerbouw. Want hoe verhoudt deze sectorkeuze zich tot de bredere landbouwopgaven, en tot het veelgebruikte idee dat juist gebieden aan voorwaarden zouden moeten voldoen?
Daarmee is de doelenlaag nog niet volledig in beeld. In het rapport worden daarnaast ook randvoorwaardelijke elementen zichtbaar, zoals data, kosten, eigenaarschap, privacy, vertrouwelijkheid en ketenafspraken. Juist daardoor rijst de vraag of hier nog wel zinvol van één ‘kernset’ aan KPI’s kan worden gesproken.
Vraag mij om de volgende stap te zetten: het toetsen en waar nodig herformuleren van deze doelen en KPI’s op relevantie, afbakening, schaalniveau en weegfactor.
In deel 3 van deze reeks ga ik verder door met KPI’s: wat wordt eigenlijk gemeten, en is dat wel scherp genoeg?
Abonneer je hier op de reeks om volgende delen niet te missen:
Deel 4 — Wat is een gebied? Schaalniveau, afbakening en gebiedsgericht werken
Deel 5 — Kan dit landen in de praktijk? Data, uitvoerbaarheid en bestaande systemen
Deel 6 — Hoe betrouwbaar is een KPI? Juistheid, significantie en herhaalbaarheid
Deel 7 — Wie is waarvoor verantwoordelijk? Eigenaarschap, normstelling en juridische houdbaarheid
Deel 8 — Hoe eerlijk is dit tussen sectoren? Vergelijkbaarheid en concurrentieverstoring
Jeroen van Buuren | Van Buuren Continuum Advisory (VBCA)
Adviseur op het snijvlak van systeemvraagstukken, landbouw en beleid.
In deze reeks werk ik stap voor stap uit waar doelsturing en KPI’s op papier helder lijken, maar in praktijk en uitvoering gaan wringen.
Contact: jeroen@vbca-org.nl
Meld je hier aan voor nieuwe delen in deze reeks.
Dit artikel verscheen in een reeks: Doelsturing en KPI’s
