Reactie op de publicatie “KPI-kernset moet landbouw helpen sturen op realisatie van duurzaamheidsdoelen”.
Eerst het speelveld
Naar aanleiding van de publicatie “KPI-kernset moet landbouw helpen sturen op realisatie van duurzaamheidsdoelen” begin ik deze reeks met een stap terug. Niet om het debat te vertragen, maar om eerst scherper te krijgen waar het debat eigenlijk over gaat.
KPI’s worden steeds vaker naar voren geschoven als bouwsteen voor doelsturing in de landbouw. Dat klinkt overzichtelijk en bestuurlijk hanteerbaar. Maar achter die technische taal ligt eerst een fundamentelere vraag: op welk doel wordt eigenlijk gestuurd, en hoe scherp is dat doel zelf geformuleerd? Zolang dat niet helder is, blijft ook onduidelijk wat een KPI in deze context wel en niet kan betekenen.
Juist daarom begin ik deze reeks niet meteen met detailkritiek op afzonderlijke hoofdstukken of tabellen. Daarvoor moet eerst het speelveld helder zijn. Mijn eerste bevinding bij het rapport is dat een expliciete setting the scene ontbreekt. Er is wel een overzicht van veelgebruikte termen, maar een begrippenkader vraagt meer: explicitering van wat hier onder doelsturing, KPI en gebiedsgericht verdienen precies wordt verstaan. Zonder zo’n basis blijft te veel impliciet.
Product of productieapparaat?
Daar komt nog iets bij. In de landbouw gaat het niet alleen om prestaties van een product, maar ook om prestaties van het productieapparaat zelf. En dat productieapparaat bevindt zich, anders dan in veel andere sectoren, niet hoofdzakelijk in een afgesloten fabriekshal, maar veelal buiten, in de buitenlucht. Juist daarom had het rapport naar mijn oordeel explicieter kunnen maken wat productgerelateerd is en wat gerelateerd is aan het productieapparaat. Dat onderscheid is geen detail, maar een eerste ordening die nodig is om zinnig over doelsturing en KPI’s te kunnen spreken.
Op welk niveau stuur je eigenlijk?
Dat onderscheid werkt ook door in de vraag op welk niveau prestaties worden uitgedrukt. In de landbouw bestaat niet één vanzelfsprekende eenheid. Je hebt te maken met plant, dier, perceel, stal, gebied en bedrijf: verschillende schaalniveaus met verschillende betekenissen. Een KPI per hectare zegt immers iets anders dan een KPI per bedrijf, per dier of per kilo product. De kernvraag is daarom niet alleen welke KPI’s denkbaar zijn, maar vooral op welk niveau een prestatie wordt uitgedrukt en wat die KPI vervolgens wel en niet zegt over het doel waarop wordt gestuurd. Juist gezien de doelen en randvoorwaarden die behaald moeten worden, is dat geen detail.
Daarmee raakt deze opening meteen aan de kern van de reeks. De discussie gaat niet alleen over de keuze van indicatoren, maar eerst over de vraag wat precies wordt gestuurd, op welk niveau, en vanuit welke doeldefinitie. Als die basis niet scherp is, dreigt doelsturing al snel vooral taal te blijven: wel indicatoren, maar onvoldoende helderheid over wat die indicatoren nu eigenlijk representeren.
Waarom ik deze reeks schrijf
Ik wil daar meteen bij zeggen dat ik blij ben dat dit rapport er ligt. Het biedt houvast en vormt een aanleiding voor verdere verdieping, verscherping en verduidelijking waar dat nodig is. Juist omdat het rapport serieus genomen wil worden als bouwsteen voor doelsturing, loont het om ook serieus te kijken naar wat nog onvoldoende expliciet is. Dat die behoefte aan verheldering breder leeft, merkte ik ook in recente gesprekken over dit onderwerp.
Mijn eigen betrokkenheid bij dit onderwerp komt niet uit de lucht vallen. KPI’s op bedrijfsniveau zijn voor mij geen nieuw beleidswoord. Die logica ken ik al sinds begin jaren ’90, toen ons melkveebedrijf thuis meedeed aan Premies & Heffingen, in de aanloop naar MINAS. Tegelijk kijk ik niet alleen vanuit bedrijfsvoering, maar ook vanuit de bredere verhouding tussen boer, burger en buitengebied. Juist die combinatie maakt dat ik in dit debat vragen zie die nu nog te gemakkelijk worden overgeslagen.
Vooruitblik
In het volgende deel ga ik verder in op de vraag hoe deze begrippen en onderscheidingen doorwerken in de lezing van het rapport zelf. Maar voordat je hoofdstukken, tabellen en voorstellen gaat beoordelen, moet eerst helder zijn wat hier eigenlijk wordt gestuurd, gemeten en vergeleken. Dat is wat dit eerste deel wil neerzetten.
Jeroen van Buuren | Van Buuren Continuum Advisory (VBCA)
Adviseur op het snijvlak van systeemvraagstukken, landbouw en beleid.
Contact: jeroen@vbca-org.nl
Ga naar deel 2 van de reeks: Doel en definitie KPI
Meld je hier aan voor nieuwe delen in deze reeks.
Dit artikel verscheen in een reeks: Doelsturing en KPI’s
Naar aanleiding van de publicatie “KPI-kernset moet landbouw helpen sturen op realisatie van duurzaamheidsdoelen” werk ik in deze reeks mijn bevindingen stap voor stap uit. De reeks gaat over doelsturing, KPI’s en de vragen die daaronder liggen: welk doel staat centraal, hoe scherp is dat geformuleerd en wat kan een KPI in die context eigenlijk wel of niet zeggen?
