In deel 2 stond de vraag centraal op welke doelen deze systematiek eigenlijk geacht wordt te sturen. Daarmee verschuift in deel 3 de aandacht naar de KPI zelf. Want nog voordat de vraag opkomt of een KPI bruikbaar is, moet eerst helder zijn wat die KPI precies meet en wat niet.

Wat is een KPI?
In gewone bedrijfstaal is een KPI een stuurgetal: een indicator die helpt beoordelen of een organisatie, team of proces op koers ligt richting een belangrijk doel. Het woord lijkt helder, maar suggereert al snel meer eenheid dan er in de praktijk is. Ook in het hoofddocument over de integrale KPI-kernset blijken de voorgestelde KPI’s onderling sterk te verschillen in noemer, schaalniveau en type grootheid.
Voorgestelde KPI’s uit het hoofddocument
Onderstaande tabel is een publieke werkversie. Zij laat zien welke KPI’s in het hoofddocument worden opgevoerd, welke primaire focus zij hebben, welke noemer in de rapporten zelf expliciet wordt gebruikt, en of die noemer volgens VBCA-logica al voldoende scherp is. Daarmee ontstaat structuur, een eerste ordening en een deel van de analyse, maar niet meteen al de volledige correctie of de hele vertaalslag naar uitvoering.
| Nr | KPI | Primaire focus | Noemer expliciet benoemd in rapport(en) | Is de noemer juist volgens VBCA-logica |
|---|---|---|---|---|
| 1 | NH3-emissie bedrijf | productieapparaat | per ha / per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 2 | NH3-emissie stal en opslag | productieapparaat | per GVE / per fosfaatrecht | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 3 | NH3-emissie veld | productieapparaat | per ha | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 4 | N-bodemoverschot | productieapparaat | per ha | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 5 | P2O5-overschot | productieapparaat | per ha | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 6 | BKG-emissie keten (akkerbouw) | productieapparaat | per ha | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 7 | BKG-emissie veld (akkerbouw) | productieapparaat | per ha | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 8 | BKG-emissie keten (melkveehouderij) | product | per kg meetmelk | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 9 | BKG-emissie dier, stal en mestopslag | productieapparaat | per fosfaatrecht | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 10 | BKG-emissie veld (melkveehouderij) | productieapparaat | per ha | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 11 | Energiebalans | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 12 | Aandeel hernieuwbaar | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 13 | Landgebruik: aandeel areaal volgens prioritering en geschiktheid | productieapparaat | niet expliciet benoemd in rapport(en) | nvt |
| 14 | Oorsprong meststoffen: aandeel circulaire meststoffen | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 15 | Afzet bedrijfseigen mest: aandeel hoogwaardig afgezette mest | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 16 | Oorsprong diervoeders: aandeel aangekochte diervoeding uit reststromen | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 17 | Eiwit eigen land | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 18 | Aantal overschrijdingen milieubelastingspunten | productieapparaat | per bedrijf / per teeltregistratie | |
| 19 | Effectieve OS-aanvoer | productieapparaat | kg EOS/ha/jaar | |
| 20 | Bodembedekking met rustgewassen en groenbemesters | productieapparaat | niet expliciet benoemd in rapport(en) | |
| 21 | Aandeel blijvend grasland | productieapparaat | per ha / % areaal | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 22 | Waterbalans | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 23 | Index gewasdiversiteit | productieapparaat | per bedrijf | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 24 | Randdichtheid | productieapparaat | per ha / per perceel | |
| 25 | Aandeel kruidenrijk grasland | productieapparaat | per ha / % areaal | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 26 | Aandeel groenblauwe dooradering | gebied | niet expliciet benoemd in rapport(en) | nvt |
| 27 | Aandeel agrarisch natuurbeheer | gebied | per ha / % areaal | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 28 | Levensduur | productieapparaat | per dier | |
| 29 | Antibioticagebruik | productieapparaat | per dier / per jaar | |
| 30 | Weidegang | productieapparaat | klasse o.b.v. uren per jaar | niet compleet, zit een niveau te hoog |
| 31 | Index KalfOK-score | productieapparaat | per dier |
Tabel 3.1 KPI naar noemer
Deze tabel laat eerst zien wat in de stukken als KPI naar voren komt, met welke focus en in welke noemer. Dat is een noodzakelijke eerste stap. De volgende vraag is scherper: is die noemer inhoudelijk wel precies genoeg om er werkelijk op te kunnen sturen?
Een KPI vraagt precisie:
Precies daar begint de echte spanning. Een KPI die op een te hoog of te algemeen niveau blijft hangen, is geen scherpe KPI. Een KPI moet precies zijn. Dus specifieker, een niveau dieper, dichter op wat er feitelijk wordt gemeten. Anders krijg je geen stuurinformatie, maar een samenvatting die te grof is om echt op te sturen.
Is dat een vreemde of nieuwe eis? Nee. De landbouw spreekt zelf al tientallen jaren over precisielandbouw. WUR omschrijft dat in 2026 nog steeds als het leveren van maatwerk per perceel, per vierkante meter of zelfs per plant.¹ Juist daarom is het opvallend dat in een rapport over een kernset aan KPI’s het woord Precisielandbouw nergens opduikt. Dat is niet alleen een gemiste term, maar een gemiste scherpte. Wie precisie zegt, kan niet volstaan met noemers die relevante verschillen weer gladstrijken.
De sector zegt dus zelf al lang dat het preciezer kan en preciezer moet. Dan is het niet vreemd om ook van KPI’s te vragen dat zij preciezer worden opgezet. Niet alleen per hectare, maar waar nodig per perceel. Niet alleen per diercategorie, maar waar relevant per individueel dier. Niet alleen op bedrijfsniveau samengevat, maar eerst op het niveau waar het verschil feitelijk ontstaat.
Ook buiten het directe KPI-debat is die richting zichtbaar. In de wereld van datastandaarden, traceerbaarheid en productinformatie wordt al langer gewerkt aan veel fijnmaziger vormen van registratie en herleidbaarheid. Op het GS1-congres in Hilversum in 2022* werd juist gesproken over vastlegging op het niveau van perceel, boom en stal, gekoppeld aan digitale productinformatie en ketendata. .)*, De richting is dus helemaal niet vreemd. De vraag is eerder waarom deze kernset daar zo weinig expliciet op aansluit.
Hier wordt zichtbaar waar het nog wringt. Op een aantal punten blijven deze rapporten algemener dan je zou verwachten als het werkelijk om scherpe KPI’s gaat. Wie preciezer wil sturen, zal ook preciezer moeten benoemen wat precies wordt gemeten, op welk niveau dat gebeurt en in welke noemer die informatie moet worden uitgedrukt om werkelijk van waarde te zijn voor gerichte bijsturing. Alleen dan kunnen ook de juiste dwarsdoorsnedes worden gemaakt op basis van brondata: per gebied, per bedrijf, gemiddeld per product en gemiddeld in het productieapparaat.
Juist daarom wordt ook de checklist hieronder relevant. Niet alles wat in een rapport als KPI wordt opgevoerd, voldoet daarmee automatisch ook aan wat van een KPI mag worden verwacht. Een KPI moet scherp, eenduidig, meetbaar, beïnvloedbaar en bruikbaar voor actie zijn. En juist daar begint het te wringen zodra noemer en registratieniveau te algemeen blijven. Dan heet iets wel KPI, maar gedraagt het zich nog niet als KPI.
Een praktische checklist voor vermeende KPI’s
Wie breder kijkt dan één praktijkbron, komt voor een goede KPI in grote lijnen op dezelfde hoofdpunten uit. Onderstaande checklist is daarom geen kopie van één bron, maar een praktische samenvatting van wat een KPI minimaal moet kunnen om meer te zijn dan een mooi woord op papier.
| Nr. | Checkpunt voor een goede KPI | Waar let je concreet op? |
|---|---|---|
| 1 | Echt belangrijk | Deze KPI gaat over iets dat er echt toe doet, niet over een detail of een ‘nice to know’. |
| 2 | Duidelijk doel | Het is helder op welk doel deze KPI hoort te sturen. Zonder helder doel is ook de KPI zelf zwak. |
| 3 | Eenduidig omschreven | Iedereen moet hetzelfde begrijpen onder deze KPI. Geen vage termen, geen meerdere interpretaties. |
| 4 | Meetbaar | Je moet kunnen uitleggen hoe deze KPI wordt gemeten, met welke gegevens en volgens welke methode. |
| 5 | Betrouwbaar en herhaalbaar | Als je morgen opnieuw meet, moet de uitkomst op dezelfde manier tot stand komen. |
| 6 | Beïnvloedbaar | Er moet op gestuurd kunnen worden. Een KPI is weinig waard als degene die erop wordt afgerekend er nauwelijks invloed op heeft. |
| 7 | Leidt tot actie | Bij een hoge of lage score moet duidelijk zijn wat je dan anders gaat doen. |
| 8 | Werkbaar vast te leggen | De KPI moet uitvoerbaar zijn in registratie en administratie. Als vastlegging te zwaar of te vaag is, verliest de KPI waarde. |
| 9 | Blijft hulpmiddel, geen doel op zich | Een KPI moet helpen sturen, maar mag niet belangrijker worden dan het achterliggende doel zelf. |
| 10 | Regelmatig opnieuw te beoordelen | Een KPI moet niet heilig worden. Als hij niet goed werkt, moet hij aangepast, vervangen of geschrapt kunnen worden. |
Niet de naam ‘KPI’ maakt een indicator sterk, maar de vraag of hij aan dit soort voorwaarden voldoet. Juist vanuit zo’n checklist wordt zichtbaar dat de voorgestelde KPI’s niet alleen op inhoud, maar ook op vorm mogen en moeten worden getoetst. De vraag is dus niet alleen of een indicator relevant klinkt, maar ook of hij voldoende scherp, uitvoerbaar, eenduidig en bestuurbaar is opgezet.
De conclusie van dit deel hoeft nog niet te zijn dat de hele set ondeugdelijk is. Wel dat iedere vermeende of voorgestelde KPI pas serieus genomen kan worden nadat hij langs zulke voorwaarden is gelegd. Wie dat nalaat, plakt al snel het woord ‘KPI’ op uiteenlopende grootheden, terwijl hun sturingswaarde nog allerminst vaststaat.
Meer weten of geïnteresseerd? Neem contact met me op. Dan bekijken we samen waar deze KPI’s al bruikbaar zijn, waar ze nog te algemeen blijven en wat nodig is om ze scherper, werkbaarder en beter stuurbaar te maken.
In het volgende deel, deel 4 van deze reeks verschuift de aandacht naar een vervolgvraag die daar direct achter ligt: op welk schaalniveau hoort een KPI eigenlijk thuis: bedrijf, gebied of systeem?
Abonneer je hier op de reeks om volgende delen niet te missen:
Deel 5: Kan dit landen in de praktijk? Data, uitvoerbaarheid en bestaande systemen
Deel 6: Hoe betrouwbaar is een KPI? Juistheid, significantie en herhaalbaarheid
Deel 7: Wie is waarvoor verantwoordelijk? Eigenaarschap, normstelling en juridische houdbaarheid
Deel 8: Hoe eerlijk is dit tussen sectoren? Vergelijkbaarheid en concurrentieverstoring
Deel 1: Setting the scene
Deel 2: Doel en definitie KPI
Jeroen van Buuren | Van Buuren Continuum Advisory (VBCA)
Adviseur op het snijvlak van systeemvraagstukken, landbouw en beleid.
In deze reeks werk ik stap voor stap uit waar doelsturing en KPI’s op papier helder lijken, maar in praktijk en uitvoering gaan wringen.
Contact: jeroen@vbca-org.nl
* Ik was bij het congres van 2022 aanwezig namens werkgever vanuit mijn rol en functie op dat moment.
Meld je hier aan voor nieuwe delen in deze reeks.
Dit artikel verscheen in een reeks: Doelsturing en KPI’s
